Deel 2

Deel 2

Evacuees uit Berlicum in de refter van het toenmalige gymnasium. (1944)

Maandag 18 september 1944 deel 2

 

Ondertussen beleefde de Abdij benauwde ogenblikken. Ondergrondsen uit Berlicum, die munitie gingen halen in Veghel met een auto, hadden nabij de Abdij Duitsers ontdekt en dachten niet beter te doen dan langs de boerderij de kloostertuin binnen te rijden. Daar kwamen ze voor een gesloten poort. Ze lieten hun wagen in de steek en zochten een goed heenkomen. De Duitsers onderzochten de auto en het kostte veel moeite om hen ervan te overtuigen dat hij niet van de Amerikanen was. Eerst na de uitdrukkelijke verklaring van hogerhand dat op de Abdij geen Amerikanen waren en ze zich persoonlijk ervan op de hoogte konden stellen gingen ze weg. Onder de Vespers begonnen een vijftigtal Duitsers op vliegtuigen te schieten. In de middag kwamen weer meer Duitsers in Dinther en spoedig ook in de Torenstraat. Met schrik stonden de mensen ernaar te kijken. De vlaggen, die gisteren waren uitgestoken, waren al weer weggehaald. Duitse soldaten hadden zich thans op verschillende plaatsen in

  Dinther opgesteld met luchtafweermitrailleurs. Tegen het einde van de middag vertrokken de Duitsers weer met onbekende bestemming. Tot een treffen kwam het ook tussen de Duitse en geallieerde strijdkrachten in de Laverdonk, gelegen tussen Dinther en Veghel. Bij die schermutselingen sneuvelden zeventien Duitse militairen, twee doden werden daar door de Duitsers begraven. De vijftien overige liggend op grondgebied van de gemeente Schijndel werden begraven door H.M. van lperen. J. de Visser, wachtmeester Vissers en C. Boutens in twee massagraven, het ene graf met vijf en het andere met tien Duitse krijgslieden. Op die graven werden zoveel helmen gelegd als er Duitsers inlagen, op ieder graf werd een houten kruis geplaatst. Omdat de vijftien lijken in de openlucht hadden gelegen waren zij van alles beroofd met uitzondering van hun uniform. Bij dit gevecht gingen de boerderijen van H. v. Helvoort en M. Habraken in vlammen op. Marinus Goyaerts bracht de verzamelde gegevens naar luitenant-kolonel Kinnard in Veghel zoals afgesproken was op de vorige dag. Hauptmann Ewald, die 's nachts bij het kasteel van Heeswijk was aangekomen, kreeg bevel om bij het aanbreken van de dag verder op te rukken.

                                                                                                                                                                                                                                Een beeld van de kelderperiode september - oktober 1944. 

De voorhoede van Hauptmann Duchstein was om 4:45 uur de Veghelse spoorlijn tot op drie km genaderd, raakte daar in gevecht en leed aanzienlijke verliezen. Om 6:05 uur ontving Major Meier, van de afdeling 113 zware luchtdoelartillerie, het bevel om met ondersteuning van een kleine eenheid om Duchstein in Veghel bij te staan. Om 6:35 uur meldde Hauptmann Duchstein, dat hij nog steeds tot op drie km van de spoorweg verwijderd was. Hij verzocht om versterking en een Rode Kruiswagen. De vijand schatte hij op een bataljon. Verder dan tot op een km kwamen de Duitsers niet. Hauptmann Duchstein sneuvelde bij deze gevechten. Vanuit Den Bosch werden nog eens zeventig man en elf geneeskundigen van het restcommando Hoffmann in zeventien vrachtwagens naar Veghel gestuurd. Duchstein werd vervangen door Hauptmann Weller. Het bataljon Ewald had intussen acht gevangen genomen Amerikanen bij het kasteel naar het gevangenkamp Vught afgevoerd. Hauptmann Weller zette om 20:00 uur opnieuw een aanval in op Veghel maar bleef onder druk van de Amerikanen steken tot op een kilometer van de uitgangstelling. Om 21:15 werden de compagnieën teruggetrokken op de uitgangspositie met het bevel de stelling te houden tot het aanbreken van de dag


.