Deel 2

Deel 2

Dinsdag 19 september 1944 deel 2  

Alles, wat ze konden gebruiken, werd ingeladen. Ze waren bezorgd, omdat er ook wapens bij waren en als ze gevangen genomen zouden worden konden ze beschuldigd worden, dat ze de ambulance gebruikten voor doeleinden waarvoor hij niet bedoeld was. Ze pakten de ambulance dan ook maar in met een parachute, zodat de rode kruisen niet meer te zien waren. Ze gingen uitzitten rusten en wachtten op de terugkeer van De Huff. Het bataljon in Veghel was zeer bezorgd over het verblijf van De Huff, maar eindelijk kwam hij terug. Onmiddellijk bracht hij via de radio verslag uit aan Veghel. Er was inderdaad een grote Duitse gevechtseenheid in Den Bosch. Tevens meldde hij dat op het kasteel alleen bloedige bandages achtergebleven waren, maar geen mensen. Het landingsterrein was nu nagenoeg gezuiverd van de hulpmaterialen. Men had nog een gevonden. De opdracht was voltooid. De gewonden en de mensen van Burd moesten als verloren beschouwd worden. De Huff wachtte op verdere instructies die inhielden dat ze nog enige tijd moesten wachten. Maar spoedig kwam toch het bevel om terug te trekken naar het dorp Heeswijk. Ze pakten alles, namen de ambulance en vertrokken naar Heeswijk. Kolonel Kinnard, die toestemming had gevraagd om een peloton terug te laten keren naar de plaats van de landing, zag dit als de verste post die tot het terrein van het regiment behoorde. Hij dacht dat de grootste bedreiging van die kant zou komen. Ook kolonel Johnson was dezelfde mening toegedaan.

Het was duidelijk dat de Duitsers in grote aantallen waren geïnfiltreerd aan de noordelijke kant langs het kanaal en dat ze van hier uit de Hell's Highway (naam die de Amerikanen gaven aan de corridor) trachtten te bereiken. Ze waagden een poging om brugnr. drie in te nemen, maar werden teruggeslagen. De Duitsers beschoten ook de vliegtuigen die nog steeds voor nieuwe aanvoer zorgden. Een paar honderd meter van het kasteel kwamen drie WACO-zweefvliegtuigen neer op het grondgebied van Berlicum. Het eerste had vier inzittenden nl. W. Wojcik, C. Anderson, W.D. Johnson er J.J. Foytack, welke laatste sneuvelde bij de landing, de overige drie werden krijgsgevangen gemaakt. Het tweede vliegtuig had een tweekoppige bemanning die meteen krijgsgevangen werd gemaakt. Het derde zweefvliegtuig had zeven inzittenden. Direct na de landing sneuvelde L. Toussignant in een vuurgevecht met de Duitsers. De andere bemanningsleden W. Mc.Bride, S. Brandenburg, L. Watkins, L. Chaskin, C. Brady en P. Sirak ontkwamen en werden tot de bevrijding van Den Bosch verborgen gehouden in Den Dungen. Kolonel Kinnard dacht intussen, dat een passieve houding in de verdediging van Veghel op den duur een kostbare zaak zou worden en dat offensieve maatregelen preventiever zouden werken om de corridor te verdedigen. Kapitein Philips ging op weg met de rest van de C compagnie naar Heeswijk. Bij de weg, die van Heeswijk naar het kanaal liep, ontmoetten ze de groep die zich van het kasteel had teruggetrokken. Het was inmiddels zo donker geworden dat ze besloten de nacht hier door te brengen. Het dorp werd omringd met soldaten. Vroeg in de morgen van de volgende dag zouden de A en B compagnie vanuit Veghel in het noordwesten aanvallen. Zij moesten toen een wegblokkade oprichten bij de kanaalbrug van Heeswijk. Ze vertrokken richting kanaal maar nog voordat ze die bereikten werden ze beschoten door de vijand.

Ze moesten zich een weg banen naar het kanaal.

 

 

 

 

 

Joe Halter beschreef zijn belevenissen: "Bij het kanaal zwaaiden de Duitsers met een witte vlag, dus zag het ernaar uit dat ze zich over wilden geven. lk moest, omdat ik Duits sprak, met nog iemand die mij dekking moest geven, met de Duitsers gaan praten.