Deel 3

Deel 3

Dinsdag 19 september 1944 deel 3  

 

Opeens werd het vuur op ons geopend. We sprongen in het kanaal en schreeuwden naar kapitein Philips: Geef ze er van langs. Onze mensen openden het vuur en bleven een half uur schieten. Toen gaven de Duitsers zich over. We namen vijftig man gevangen. Er waren veel heel jonge en sommige oudere mensen bij, maar goede soldaten waren het niet. Sommige jongeren hoefden zich nog niet eens te scheren. Carpenter herinnert zich dat er nauwelijks officieren bij de acties betrokken waren. Een kwam om de hoek gescheurd en zat naast een berijder van een motorzijspan. Recht voor de brug werden ze neergeschoten.

 

De meest levendige herinnering heeft John R. Thomas: Toen sergeant Krombholtz en ik de brug overstaken waren we maar anderhalve meter van elkaar, hij liep voorop. Hij werd in zijn hoofd geraakt door een scherpschutter en zakte geruisloos in elkaar. De mensen in Heeswijk en Dinther beleefden de 19e september als volgt. Veel troef zat er niet meer in de weinige Duitsers, die in groepjes over de klinkerweg heen en weer trokken. Het schenen losse soldaten te zijn afkomstig van verschillende onderdelen die elkaar toevallig hadden gevonden en nu bij elkaar steun zochten. Ze maakten eerder de indruk dat ze bereid waren bij enige tegenstand zich over te geven dan te willen vechten tot de laatste man zijn munitie had verschoten. Dit verhoogde de moed van de ingezetenen en deze steeg nog meer toen omstreeks 10:00 uur een ongewoon en monotoon geluid hun oren trof.

Het was het geratel van de tanks, die over de corridor van Eindhoven uit, onafgebroken kwamen aanrollen en zich over St. Oedenrode, Veghel en Uden naar Nijmegen voortbewogen. Op de namiddag kwamen weer drommen vliegtuigen over. Verschillende werden aan- of neergeschoten door de Duitsers in de Laverdonk. Om 15:00 uur werd een ervan neergehaald door het bataljon Wellen en kwam in Dinther terecht voorbij Den Dolvert. In de nabijheid van het oude boterfabriekske. Een viertal bemanningsleden sprong eruit en zweefde in de lucht. De motor drong zeker anderhalve meter diep in de grond. Het hele vliegtuig werd in duizenden stukken verspreid over het land. Het bleek een tweemotorig transportvliegtuig te zijn. Er steeg een geweldige rookwolk op en hevige knallen gingen de lucht in door het ontploffen van de munitie die het vervoerde.

Bang voor brand droeg de fam. Habraken vlug hun kleren en meubels naar buiten. Ook bij Dekkers en Bloks sleepte men de meubels naar buiten. Na een uur of anderhalf toen de ontploffingen waren afgelopen droeg men de meubels weer naar binnen. Het grootste gevaar was voorbij. En men was Goddank voor ongelukken en brand gespaard gebleven. Het waren echter verschrikkelijke ogenblikken. Hulp kwam de eerste twee uren niet opdagen. Alleen een paar meisjes van Manders hielpen de meubels naar buiten brengen. Dat niet meer hulp kwam opdagen was de schuld van enkele Duitsers die uit de Laverdonk waren gekomen en het publiek verboden verder te gaan. De mensen die langs de weg woonden van Van Doorn tot Jan v.d. Ven, moesten allemaal met de handen in de hoogte gaan staan

.