Deel 1

Deel 1

Donderdag 21 september 1944 deel 1.

‘s-Morgens kwam een Amerikaanse aalmoezenier op bezoek in de Abdij. Men hoorde van een Amerikaan in Dinther dat er toch nog Duitsers aan deze kant van het kanaal zaten in de Laverdonk. Vele mensen uit Dinther gingen naar Veghel kijken om de geweldige doortocht te zien van de geallieerde legers over de corridor naar Nijmegen en Arnhem. Overdag trokken nog vele transport- en zweefvliegtuigen met materiaal en manschappen over onze dorpen richting Arnhem. Het feest in Veghel werd echter plotseling gestaakt door geruchten dat de Duitsers opdrongen vanaf Erp en 's-Hertogenbosch. De ondergrondse beweging moest wachtlopen in de Laverdonk. Er waren burgers die de dode Duitse soldaten beroofden van laarzen en sieraden. Men had echter weinig respect voor de ondergrondse beweging met de witte armband, omdat daar verschillende mensen bij waren, die een geweer in de hand kregen, maar nog nooit een geweer hadden gezien. Deze mensen waren dus nog gevaarlijker dan de vijand. De ondergrondse mensen met de oranje armband leverden betere prestaties. Om 11:05 uur maakten Hauptmann Wellen en Hauptmann Lüben een inspectierit naar Veghel, waarbij de laatste zestig tot zeventig man bij brug twee plaatste. Om 12:00 uur werd gemeld, dat Leutnant Treuner zich in krijgsgevangenschap zou bevinden. Om 15:00 uur gaven de eenheden Wellen en Ewald door dat de 59ste infanterie divisie de doorbraak bij Heeswijk had opgeruimd. Men kreeg het uitdrukkelijke bevel hier verder niets te ondernemen. Om 23:10 uur meldde de verkenningspatrouille van compagnie Binder, dat er tot Veghel geen vijanden waren. Een commandant van de parachutistengroep wenste een twintigtal vrijwilligers om het van de vijand gezuiverde terrein tussen de Aa en de Zuid-Willemsvaart in te trekken en het door hen achtergelaten materiaal, voornamelijk de munitie, te verzamelen. Er kwamen vijftien mannen bijeen die onder leiding van enige Amerikanen in een vrachtauto langs de Beugtse molen de Laverdonk inreden tot aan de sedert de vorige dag in as liggende boerderij van Harrie van Helvert. Ze doorkruisten ongeveer twee uur het slagveld. Ze vonden mitrailleurs, geweren, pantservuisten enz. Ook de zozeer gevreesde mijnen ontbraken niet. In de namiddag maakte de luitenant zich op om het krijgsmateriaal te vergaren dat verspreid lag op de weiden naast het kasteel. Ook daar troffen ze landmijnen aan. Hij ontmoette er een persoon die hem, de vorige zondag toen hij in de nabijheid van een boerderij landde, eieren had toegezegd. Het bleek een vreemdeling te zijn die door Janus van den Akker in zijn huis was opgenomen.