Deel 2

Deel 2

Vrijdag 22 september 1944 deel 2.               

Enkele Amerikanen bleven achter om de terugtocht te dekken. Bevreesd waren ze evenwel niet. Een drietal schreed behoedzaam voort over de velden van Grard de Poter en Toontje van Boxtel. In het struikgewas, dat zich daarachter bevond verdwenen ze. Onopgemerkt waren ze de Duitsers heel dicht genaderd. Bij Mieke v.d. Zanden stonden jonge mannen te keuvelen die zo juist met de grijpzucht van de Duitsers hadden kennisgemaakt. Het duurde niet lang of er vond een treffen plaats tussen beide partijen bij het kruisbeeld in de akkers. De Duitsers waren het huis van J. v. Hasselt binnengegaan en op de zolder geklommen.

Vandaar uit richtten ze het vuur op de Amerikanen die het schuurtje van Ant. v. Driel als operatiebasis benutten en zich voor de heg van G. Kilsdonk hadden ingegraven. De vijand gebruikte kogels van een groot kaliber. Er werd behoorlijk geschoten. Verschillende woningen kregen treffers, zelfs het betrekkelijk ver gelegen huis van B. v.d. Middegaal. Zigzagvormig slopen de Amerikanen op handen en voeten terug, telkens plat neervallend als ze het dodelijk schot in hun nabijheid hoorden. Maar ook de Duitsers hadden angst en trokken niet verderop. De mensen uit de Kameren hadden er eveneens genoeg van. De meesten zochten een toevlucht in de kelder van het gymnasium. Het tuinpersoneel van de Abdij bracht de nacht door in de kolen kelder. H. v.d. Ven bleef, vanwege de nog bij hem aanwezige onderduikers, in Dinther achter.

Cor van Laanen was nog steeds in Schijndel en Frans Douwes ging met Marinus Goyaerts naar Veghel.

Ze werden met de auto van Van Lieshout tot aan de spoorwegovergang gebracht. Hier moesten zij, wegens de aanhoudende beschieting van Veghel, de wagen verlaten en kwamen met veel moeite en omzwervingen aan bij het raadhuis van Veghel. Marinus Goyaerts ging toen naar het huis van Dr. Kersemakers, waar generaal Taylor zetelde. Goyaerts bracht hem op de hoogte en zou trachten de verbindingen met Dinther, Heeswijk, Berlicum en 's-Hertogenbosch te herstellen.

Dat lukte vooral door het werk van de Dintherse verzetsstrijder H. v.d. Ven. Ook ging Goyaerts informatie inzamelen die van belang was voor de operaties in Eerde en Schijndel.

Hierna werd Marinus Goyaerts lid van de Stoottroepen en trok met de geallieerden op naar Uden en Oss.

Later werd hij ingezet bil de bevrijding van Den Bosch. A drianus Marinus Evers uit Dinther liep schade op aan de overhangende dakbedekking van zijn opslagplaats door voorbijrijdende Franse militaire vrachtwagens. Hij verklaarde dat enige Franse militaire vrachtauto’s kwamen aangereden over de aan de achterzijde van zijn steenkolenloods gelegen zandweg.

Omdat aan de ene zijde van de weg een hoop puin lag moesten deze wagens te veel naar links uithalen waardoor deze zo kort langs zijn steenkolenloods reden, dat de overhangende dakbedekking, die bestond uit asbestplaten, hierdoor werd geraakt en negen van deze platen werden vernield. De vrachtwagens behoorden toe aan de Franse militairen, transportcolonne 23 ième Group de Transport, 5 ième Compagnie.

Om 9:50 uur berichtte Oberfänrich Wolko over de situatie van de eenheid Weller, dat Hauptmann Weller het plan had de zich in zijn rug bevindende vijand bij Heeswijk en Dinther aan te vallen en door te stoten naar de weg Middelrode-Veghel.

Hauptmann Dahmen derde compagnie zou bij Beugt met drie stukken 2 cm. geschut dekking geven inde richting Veghel en Dinther om te verhinderen dat de vijand versterkingen aan zou kunnen voeren.

Een onderdeel van de gevechtsgroep zou de vijand van Heeswijk en Dinther uit naar Beugt terugdringen. De aanval van de 3de compagnie op Beugt werd door de vijandelijke strijdkrachten tegen gehouden. Na een uur kreeg de derde compagnie van Hauptmann Dahmen het bevel zich op het uitgangspunt terug te trekken. Hauptmann Dahmen nam het bevel over de gevechtsgroep Weller op zich. Onderdelen van de eerste en tweede compagnie trokken zich langs het kanaal terug. Vijf stukken geschut werden als gevolg van gebrek aan munitie opgeblazen. Een Oberfänrich nam de leiding over de derde compagnie op zich en gaf bevel om zich een weg naar Den Bosch vrij te vechten. Hauptmann Just zou zich met zijn eenheid naar Den Bosch terug vechten. Om 18:15 uur gaf Oberfeldwebel Hasselmann telefonisch door dat de verkennings patrouille uit Dinther terug was. Die meldde dat Dinther bezet was door ongeveer een compagnie bewapend met geweren, machinepistolen en twee zware machinegeweren. De eigen verliezen waren twee gewonden.

 

Compagnie Binder van het bataljon Hanke meldde om 19:30 uur dat zij om 16:30 uur een eerste contact hadden met de vijand bij de brug over het kanaal ten zuid-westen van Heeswijk aan het einde van de bocht. De sterkte van de vijand kon niet worden vastgesteld. De verbinding met de verkenningspatrouille van Oberfeldwebel Weitmann werd tot stand gebracht. De groep hield contact met de vijand. Om 20:30 uur meldde het bataljon Grause dat de vijand zwakke posten had op vijfhonderd meter oostelijk van de spoorweg kasteel-Schijndel aan het kanaal.